Suikershock: een dubieuze kwestie

Snel afvallen

Wanneer je koolhydraten eet, maakt je alvleesklier insuline aan, een hormoon dat ie nodig hebt om zetmeel en suikers te verteren. Wanneer je enkelvoudige koolhydraten, zoals sucrose (tafelsuiker) eet, komt er meer insuline vrij dan wanneer je meervoudige koolhydraten, zoals zetmeel, eet. Heb je een stofwisselingsaandoening, zoals diabetes, die tot gevolg heeft dat je onvoldoende insuline kunt aanma ken, dan moet je goed in de gaten houden wat je eet, zodat je niet meer koolhydraten binnenkrijgt dan je direct kunt metaboliseren, omdat ongernetaboliseerde suikers die in je bloed blijven circuleren duizeligheid en zelfs een diabetisch coma kunnen veroorzaken. Sommige mensen die niet aan diabetes lijden, kunnen ook problemen met zoete voedingsmiddelen hebben, omdat ze insukneresistent zijn, wat inhoudt dat hun lichaam niet efficiënt met suikers omgaat. Bij deze mensen kan het eten van zoetigheid een verhoogd gehalte aan PIO/ce/Pk/en (bloedvetten) tot gevolg hebben, wat de kans op een hartaandoening vergroot. De meeste gezonde mensen hebben echter geen problemen met het metaboberen van zelfs grote hoeveelheden zoetigheid. Hun insulineafgifte wordt tijdelijk verhoogd om aan de behoefte te voldoen en keert dan weer terug naar de normale waarde. Desalniettemin luidt de mantra van de aanhangers van de huidige koolhydraat-arme, eiwitrijke diëten: ‘Koolhydraten verhogen je bloedsuikergehalte, waardoor je lichaam veel insuline gaat produ-eren, waardoor je hongerig wordt, waardoor je gaat eten, waardoor je dik wordt’ Deze zin bevat drie kloppende beweringen, die echter door een onjuiste aanname, die de oorzaak-en-gevolg-relatie ertussen ongeldig maakt, met elkaar warden verbonden:

  1. Ja, wanneer je koolhydraten eet, gaat het suikergehalte in je bloed omhoog.
  2. Ja, wanneer je koolhydraten eet heeft dat tot gevolg dat je lichaam insuline gaat afscheiden.
  3. Nee, er is geen bewijs dat je door het afscheiden van insuline meer honger krijgt.
  4. Ja, als je meer eet, kom je aan, maar … zie zin 3.

Weerhoudt dit de aanhangers van koolhydraatarme, eiwitrijke diëten ervan om deze suiker/insuline/vet-theorie te blijven promoten? Niet dus. Om het mensen makkelijker te maken de slechte koolhydraten te herkennen, wordt bij de meeste koolhydraatarme, eiwitrijke diëten gebruikgemaakt van de glycemische index (glucos=zoet; haema=bloed), een dieethulpmiddel dat in 1981 door de Universiteit van Toronto werd ontwikkeld als voedingshulp voor diabetici. Deze index waardeert voedingsmiddelen aan de hand van hoe snel ze het bloedsuikerniveau beïnvloeden Het referentiepunt is glucose of wit-brood (afhankelijk van welk laboratorium de test uitvoert), die arbitraal op honderd is gesteld. De volgende tabel geeft je een idee van waar verschillende voedingsmiddelen zich op deze schaal bevinden. Tot nog toe zijn er nog maar driehonderd voedingsmiddelen getest, dus de lijst is duidelijk nog niet compleet. De regel is echter: hoe hoger de score, hoe sneller je het voedingsmiddel in glucose (bloedsuiker) kunt omzetten.

Advertenties

Het gewicht van water

Wanneer je op de weegschaal stapt beaat ongeveer

  • zestig procent van je gewicht uit water;
  • dertig procent van ie gewicht uit vet wanneer ie een vrouw bent, iets minder wanneer je een man bent ;
  • tien procent van je gewicht uit een combinatie van eiwitten, koolhydraten en de belangrijkste mineralen in je botten (calcium, fosfor), kleinere hoeveelheden van andere mineralen (kalium, zwavel, natrium, chloor, magnesium), en oneindig kleine hoeveelheden sporenelementen (ijzer, zink, selenium, mangaan, koper, jodium) en vitaminen.

Gewicht kwijtraken Versus Water kwijtraken

Wanneer je het over gewichtsverlies hebt, bedoel je het verlies van lichaamsvet. De eerste kilo’s die je hij een koolhydraatarm, eiwitrijk dieet verliest, bestaan echter uit water, niet uit vet.

Voedingsvezels

Je lichaam werkt op de energie die door glucose (suiker) geleverd wordt. De makkelijkste manier om de benodigde glucose binnen te krijgen, is koolhydraten metaboliseren. Wanneer je minder koolhydraten consumeert, neemt je lichaam zijn toevlucht tot vet en eiwitten om energie te verkrijgen. Energie uit vetten en eiwitten halen is echter hard werken, waarvoor veel water nodig is, dat geproduceerd wordt wanneer je lichaam bezig is energie uit vetten en eiwitten te halen. Daarom moet je tijdens het volgen van een koolhydraatarm. eiwitrijk dieet ‘vaker en meer plassen dan normaal. Het resultaat is een snel, bevredigend gewichtsverlies, dat kan oplopen tot wel drie kilo in vier dagen. Maar hoeveel van dat gewicht bestaat werkelijk uit vet en hoeveel uit water? Uiteraard varieert dat van persoon tot persoon, maar gemiddeld kun je aannemen dat hij een gewichtsverlies van drie kilo in vier dagen dankzij een koolhydraatarm, eiwitrijk dieet

  • een pond tot een kilo uit vet bestaat;
  • twee tot 2,5 kilo uit water, spierweefsel en voedingsstoffen, zoals mineralen, bestaat.

Het gewicht aan vet hoeft er niet weer aan te komen, maar het waterverlies is maar tijdelijk. Wanneer je weer koolhydraten gaat consumeren, gaat je lichaam net zo vrolijk weer energie uit koolhydraten halen en water opslaan. Je lijkt weer aan te komen, maar je brengt eigenlijk alleen je vochtgehalte weer op peil, wat een gunstige ontwikkeling is. Je hebt water nodig om:

  • voedsel te verteren, voedingsstoffen op te lossen. zodat ze via de celwanden van je spijsverteringssysteem In je bloed kunnen komen, voedsel door je spijsverteringskanaal te vervoeren en afvalproducten af te voeren (had je koolhydraatarme, eiwitrijke dieet constipatie tot gevolg?);
  • te fungeren als medium waarin biochemische reacties plaatsvinden;
  • elektrische boodschappen tussen cellen over te brengen;
  • de lichaamstemperatuur te regelen;
  • de bewegende delen van je lichaam te ‘smeren’.